Het mondelinge evaluatie-examen : Wat houdt het examenprogramma in?

Het examen omvat een onderhoud met twee verhoorgroepen samengesteld binnen de bevoegde benoemings- en aanwijzingscommissie.

Elke verhoorgroep is gelast met het evalueren van een specifiek domein:

  1. De eerste groep is gelast met het toetsen van de juridische kennis van de kandidaten, evenals hun analyse- en redeneervermogen;
  2. Een tweede groep is gelast met het toetsen van de motivatie van de kandidaat, van zijn kennis van het statuut en de deontologie van de magistraat, van de wijze waarop hij zijn toekomstige beroepsloopbaan ziet en van zijn vaardigheden om de functie van magistraat uit te oefenen (onder meer integriteit, besluitvaardigheid en zin voor synthese, collegialiteit en teamgeest, empathisch vermogen en sociale vaardigheid, zelfbeheersing, openheid van geest, engagement, uitdrukkingsvaardigheid, aanpassingsvermogen, zin voor organisatie, …)

De kandidaten kunnen eveneens worden onderworpen aan psychologische proeven.

Deze tests, die worden toevertrouwd aan externe deskundigen, omvatten een cognitief-analytische test en/of een persoonlijkheidstest.

De resultaten van de tests zullen worden gevalideerd in het kader van een gesprek met de kandidaat. Zij worden nadien in een verslag verwerkt dat als bron dient van bijkomende informatie voor de verhoorgroepen.

Voor het onderhoud bedoeld onder punt 1. heeft de kandidaat de keuze uit vier materies:

  • burgerlijk recht, met inbegrip van gerechtelijk recht,
  • economisch en handelsrecht, met inbegrip van gerechtelijk recht,
  • strafrecht, met inbegrip van strafprocesrecht,
  • sociaal recht, met inbegrip van gerechtelijk recht.

Tijdens de ondervraging mogen de kandidaten enkel hun wetboeken gebruiken.

Voor de beoordeling van de verschillende kandidaten beschikken de leden van de Benoemings- en aanwijzingscommissie per kandidaat ook over een advies van de vertegenwoordiger van de balie waarvan de kandidaat lid is (geweest). Voor de kandidaten die reeds het ambt van plaatsvervangend rechter of plaatsvervangend raadsheer uitoefenen wordt tevens een advies van de betrokken korpschef gevraagd.

De geslaagden zijn vrijgesteld van het examen inzake beroepsbekwaamheid gedurende drie jaar te rekenen vanaf de datum van de afgifte van de machtiging.