Wat is het imago van het openbaar ministerie? (enquête van HRJ)

In België kiezen nog altijd meer juristen voor een functie als zetelend magistraat , dan voor de functie van magistraat bij het openbaar ministerie (parketmagistraat of arbeidsauditeur). Dat ligt voor een deel aan het negatieve imago van het openbaar ministerie (OM). De Hoge Raad voor de Justitie doet hieromtrent onderzoek en zoekt ook naar oplossingen.

Zo heeft de HRJ een bevraging gedaan bij alle magistraten tussen 28 en 40 jaar. Zowel magistraten actief bij het openbaar ministerie, als parketmagistraten die intussen kozen voor de zetel, hebben de vragen beantwoord. De steekproef is relatief beperkt (173 respondenten), maar de resultaten tonen toch enkele grote lijnen.

Gevraagd naar de redenen waarom sommige magistraten bij aanvang hebben gekozen voor het openbaar ministerie, antwoordde 17 % van de respondenten ‘omwille van het afwisselende werk’, 15 % deed het voor het werken ‘in team’ en voor 10 % ging het om een bewuste carrièrekeuze.
En nu? Teamwork, ‘het verdedigen van het algemeen belang’ en de ‘veelvuldige contacten met actoren zoals politie en deskundigen’ blijken de drie voornaamste pro’s van een job als parketmagistraat. Tegen het OM spreken dan weer de ‘moeilijke uurroosters’, de werklast en de administratieve rompslomp. Wie na een carrière bij het OM toch overstapte naar de zetel, deed dat vooral omwille van de ‘onafhankelijkheid’. Een deel maakte ook de overstap omwille van de carrièreperspectieven.

Gevraagd naar de waarden van een parketmagistraat zegt 29 % spontaan te denken aan ‘het verdedigen van het algemeen belang’, bij 14% komt ‘hiërarchie’ in ze op en 13 % denkt meteen aan ‘de teamgeest’. De zetel wordt door 27 % van de respondenten geassocieerd met ‘onafhankelijkheid’, door 20 % met ‘beslissingsbevoegdheid’ en 16 % vermeldt ‘analyse en reflectie’.
Kan de zetelende en staande magistratuur goed met mekaar opschieten? Uit deze kleine steekproef blijkt van wel. 50 % vindt de onderlinge samenwerking ‘eerder goed’, 23 % zelfs ‘zeer goed’ en 19 % ‘aanvaardbaar’. 50 % van de parketmagistraten kan binnen zijn korps ‘goed’ samenwerken, 27 % ‘eerder goed’ en volgens 11 % is de samenwerking ‘aanvaardbaar’. Binnen de zetel vindt 42 % van de respondenten de samenwerking ‘eerder goed’, 10 % ‘zeer goed’ en 24 % ‘’aanvaardbaar’.

Mag het iets meer zijn? Als de respondenten het voor het zeggen hadden, maakten zij prioritair werk van ‘de modernisering van justitie’, de ‘vermindering van de werklast’ en de ‘verbetering van de materiële arbeidsvoorwaarden’. Ook wil liefst 72 % een echt statuut voor de magistraten, met daarin bijvoorbeeld afspraken rond tijdskrediet. 24 % vindt een heus statuut niet nodig.