Verklaring van het Uitvoerend Bureau van het ENCJ over de situatie in Polen - 17 juli 2017

Tot zijn ontsteltenis heeft het Uitvoerend Bureau van het ENCJ vernomen dat zowel het Lagerhuis als het Hogerhuis van het Poolse Parlement vorige week twee hervormingen hebben goedgekeurd waarop het afgelopen jaar felle kritiek werd geuit. Bovendien werd er vorige week ook een wetsontwerp ingediend bij het Parlement dat een invloed heeft op de samenstelling van het Hooggerechtshof.

De eerste wet die is goedgekeurd, wil de Poolse Raad voor de Magistratuur hervormen. Deze hervorming werd geanalyseerd door het Uitvoerend Bureau van het ENCJ op 30 januari 2017 toen erop werd gewezen dat: er geen behoorlijk overleg met de Poolse Raad voor de Magistratuur had plaatsgevonden; deze hervorming het einde van het mandaat van de leden van de Poolse Raad voor de Magistratuur inhoudt; de benoeming van de gerechtelijke leden van de Raad voor de Magistratuur door het Parlement niet strookt met de normen van het ENCJ; de invoering van twee assemblees binnen de Poolse Raad voor de Magistratuur (waarbij de eerste bestaat uit 15 rechters die door het Parlement worden aangewezen en de tweede uit zes leden van het Poolse Parlement, de Minister van Justitie, een vertegenwoordiger van het staatshoofd, de voorzitter van het Hooggerechtshof en de voorzitter van het Hoog Administratief Hof), met als vereiste dat elk besluit van de Raad voor de Magistratuur moet worden goedgekeurd door beide assemblees die afzonderlijk zitting houden, een belangrijke rol geeft aan politici bij de selectie en de benoeming van rechters.

De tweede wet die door het Parlement is goedgekeurd, geeft de Minister van Justitie de bevoegdheid om voorzitters van rechtscolleges af te zetten en hen te vervangen binnen de zes maanden na de inwerkingtreding van deze nieuwe wet.

Deze wetten zullen onvermijdelijk leiden tot een uitholling van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht met onvermijdelijke gevolgen voor de rechtsstaat.

Hetzelfde geldt voor het wetsontwerp dat op 12 juli is ingediend en de ontbinding van het huidige Hooggerechtshof inhoudt door de leden ervan met pensioen te sturen en door de Minister van Justitie de discretionaire bevoegdheid toe te kennen om de rechters aan te wijzen die in actieve dienst blijven.

Het Uitvoerend Bureau van het ENCJ vindt deze situatie zeer verontrustend.

Tijdens de recente Algemene Vergadering van het ENCJ in juni 2017, vermeldde de Verklaring van Parijs namelijk het volgende:

“De ontwikkelingen en de geplande gerechtelijke hervorming in Polen blijven aanleiding geven tot ernstige bezorgdheid aangezien ze de scheiding der machten, die essentieel is voor het behoud van de rechtsstaat, ernstig in gevaar kunnen brengen. Het ENCJ herhaalt dat de onafhankelijkheid, de kwaliteit en de efficiëntie van elk rechtsbestel en de eerbiediging van de rechtsstaat in elk land, een essentiële vereiste vormen om het wederzijdse vertrouwen tussen de gerechtelijke overheden in de EU te behouden en te versterken.”

De bezorgdheid over de ontwikkelingen in Polen is dermate groot dat Raden voor de Rechtspraak in heel Europa tijdens de afgelopen maanden dezelfde bezorgdheid hebben geuit. In die zin werden er verklaringen gedaan door:

Hoge Raad voor de Justitie,België

Supreme Judicial Council, Bulgarije

Državno Sudbeno Vijeće, Kroatië

Association of Council of State Judges, Griekenland

Association of Judges of Ireland

Consiglio Superiore della Magistratura, Italië

Tieslietu Padome, Letland

Teiseju taryba, Litouwen

Raad voor de rechtspraak, Nederland

Conselho Superior da Magistratura, Portugal

Consiliul Superior al Magistraturii, Roemenië

Sudna Rada, Slovakije

Sodni Svet, Slovenië

Consejo General del Poder Judicial, Spanje

Judges' Council of England and Wales

Judges' Council of Scotland

Het is absoluut noodzakelijk dat regeringen de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in acht nemen. Een democratisch systeem dat gebaseerd is op de rechtsstaat kan pas naar behoren functioneren indien de onafhankelijkheid van de rechters wordt gewaarborgd. Bovendien is de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, zoals uiteengezet in de Verklaring van Parijs en in een eerdere uitspraak van het Uitvoerend Bureau van het ENCJ op 26 april 2017, van doorslaggevend belang voor het behoud en de versterking van het wederzijdse vertrouwen tussen de gerechtelijke overheden in de EU. De onafhankelijkheid van de rechterlijke macht speelt eveneens een centrale en onontbeerlijke rol om de naleving van de EU-wetgeving te verzekeren.

Brussel, 17 juli 2017