Opinie van de AOC als reactie op artikelen in de pers over de berekening van onderhoudsgelden voor kinderen

Namens de Nederlandstalige Advies- en Onderzoekscommissie reageerde de voorzitter op enkele artikelen in de pers over de berekening van onderhoudsgelden voor kinderen. Onderstaande opiniebijdrage verscheen op 10 oktober 2017 in De Standaard.

HOE BEREKEN JE HOEVEEL EEN KIND KOST?

Volgens de krant De Standaard van 5 oktober 2017 (een dag later overgenomen door De Morgen) zou de onderhoudsbijdrage voor een kind 'nattevingerwerk' zijn. Dat was naar aanleiding van een studie die -volgens het krantenartikel- uitsluitend gebaseerd was op belastingaangiften, en dus geen rekening hield met hoe lang het kind bij welke ouder verblijft. De rechters zouden al te willekeurig onderhoudsbijdragen bepalen, liet het artikel uitschijnen. Op televisie liet men een of meerdere 'calculators' zien die inderdaad tot andere geldbedragen komen als enkele gegevens worden ingevoerd. Dit weekend deed een familiale bemiddelaar er nog een schepje bovenop: hoe kan het dat rechters niet voor één duidelijke berekeningswijze kiezen? (DS 7 oktober)

Oké: het zal weleens gebeuren dat een of andere rechter een steek heeft laten vallen. Dat hoort niet en hopelijk kan dit nog worden rechtgezet. En dat er regionale verschillen zouden zijn bij de toegekende bedragen onderhoudsgeld, kan inderdaad te maken hebben met verschillen in visie tussen rechters, naast andere sociologische gegevens. Vele rechters popelen om dat onderzoek van naderbij te bekijken, ook om na te gaan hoe de onderzoekers precies tot hun conclusies zijn gekomen.

Maar het debat verdient meer achtergrond. De vraag waar iedereen, inclusief de wetgever, al jaren mee worstelt en waar nog steeds geen eenduidig antwoord op is gekomen, is deze: hoeveel kost een kind eigenlijk? Wie hierop doordenkt, wordt al snel duizelig en botst op haast ideologische grenzen. Hoe bereken je hoeveel dat welbepaalde kind kost? En kost een broertje wel evenveel?

De calculators proberen een houvast te bieden. Het ene computerprogramma verwacht al meer input dan het andere en houdt dus met meer of minder factoren rekening. 

Hoe meer gegevens je moet inbrengen in zo'n systeem, hoe meer elementen waarover ouders in die moeilijke periode het oneens (kunnen) zijn. Behalve die theoretische basiskost van 'een' kind, houdt de rechter rekening met de verblijfsregeling, de levensstandaard, wat elke ouder verdient of zou kunnen verdienen, het totale vermogen, en wat elke betrokkene feitelijk in natura bijdraagt. Dat zijn allemaal dingen die minder makkelijk te bewijzen zijn dan je zou denken. En bewijsstukken heeft een rechter echt wel nodig. Tenzij je liever hebt dat een rechter met de natte vinger of als een godheid oordeelt.

Daarnaast hangt het bedrag van het onderhoudsgeld ook af van wat er precies in inbegrepen is. Sommigen betalen liever een hoger totaalforfait opdat ze niet meer verrast zouden worden met onverwachte, buitengewone kosten.

Ingewikkeld allemaal, inderdaad. Het is wellicht niet toevallig dat de wetgever er nog niet in geslaagd is om een eenduidig berekeningssysteem op te leggen, als hij dat al zou willen. Een commissie van uitmuntende specialisten, die trouwens nog maar enkele keren is bijeengekomen, heeft bij mijn weten nog geen aanbevelingen gedaan. Is het dan fair om van rechters die in individuele zaken moeten oordelen, te verwachten dat zij dé berekeningswijze voor iedereen zouden bepalen? Zo'n bepaling die geldt voor iedereen, dat heet 'een wet'.

 

Christian Denoyelle

namens de Nederlandstalige Advies- en Onderzoekscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie