De Hoge Raad start drie bijzondere onderzoeken

De Verenigde Advies- en Onderzoekscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie heeft eind juni 2017 de beslissing genomen om drie bijzondere onderzoeken te voeren.

Eén bijzonder onderzoek zal worden gevoerd naar aanleiding van een klacht die is ingediend bij de Nederlandstalige Advies- en Onderzoekscommissie in verband met een strafzaak die was verjaard. Het gerechtelijk onderzoek in kwestie werd gevoerd door een onderzoeksrechter in de rechtbank van eerste aanleg te Veurne (thans de rechtbank van eerste aanleg van West-Vlaanderen, afdeling Veurne). Opmerkelijk is dat de Kamer van Inbeschuldigingstelling van het hof van beroep van Gent in arresten duidelijk heeft aangegeven dat er “onverantwoorde vertragingen zijn geweest in de afwerking van het onderzoek”. De Hoge Raad voor de Justitie wil nagaan hoe het systeem kan verbeterd worden om iets dergelijks in de toekomst te vermijden.

Een ander bijzonder onderzoek heeft betrekking op de werking van het parket van de procureur des Konings van Luxemburg. Daar blijkt het kader van magistraten slechts voor 55% te zijn ingevuld. Bovendien zouden er maar weinig kandidaten zijn om er magistraat te worden. De Hoge Raad voor de Justitie wil onderzoeken hoe dit kan opgelost worden.

Ten slotte zal een bijzonder onderzoek starten in de 5 hoven van beroep over het inzetten van alleenzetelende raadsheren. Dit gebeurt op vraag van de minister van justitie. In zijn Krokusplan had de Hoge Raad zich reeds voorgenomen om te gaan bekijken óf en in welke mate enkele recente wetswijzigingen (zoals de zogenaamde Potpourri-wetten waarvan de eerste het principe van de alleenzetelende rechter heeft veralgemeend) ook de beoogde effecten hebben gehad.