FAQ controle van de interne controle

Wat zijn "middelen van interne controle"?

Op wat steunt de “controle van de interne controle”?

Wat gebeurt er met de resultaten?

Wat is de rol van de HRJ bij interne evaluaties binnen de magistratuur?

 

Wat zijn "middelen van interne controle"?

De Hoge Raad heeft inzake het definiëren van deze term geen enkele bevoegdheid: deze middelen werden opgesomd in de wet.

Deze mechanismen zijn:

1. het toezicht op de regelmatigheid van de dienst (artikel 140 van het Ger. W.);

2. de handhaving van de orde, regelmatigheid van de dienst, de uitvoering van wetten en verordeningen in hoven en rechtbanken (artikel 399 van het Ger. W.);

3. de opdrachten van de algemene vergaderingen van hoven en rechtbanken (artikel 340 van het Ger. W.);

4. het hiërarchisch toezicht op hoven en rechtbanken (artikel 398 van het Ger. W.);

5. het hiërarchisch toezicht binnen het Openbaar Ministerie (artikel 400 van het Ger. W.);

6. de kennisgeving van de miskenning van de ambtsplichten van de leden van het Openbaar Ministerie (artikel 401 van het Ger. W.);

7. het toezicht op de leden van het parket in hun hoedanigheid van officieren van de gerechtelijke politie (artikel 402 van het Ger. W.);

8. het toezicht op de referendarissen van het Hof van Cassatie (artikel 402bis van het Ger. W.);

9. het toezicht op de leden en het personeel van de griffies en op de personeelsleden van de parketten (artikel 403 van het Ger. W.);

10. het tuchtrecht (artikels 404 tot 414 van het Ger. W.);

11. de onttrekking van de zaak aan de rechter op grond van openbare veiligheid (artikel 651 van het Ger. W.);

12. de onttrekking van de zaak aan de rechter wegens langdurig beraad (artikel 650 van het Ger. W.);

13. de wraking (artikel 838 van het Ger. W.);

14. de vernietiging ingevolge machtsoverschrijding (artikel 1088 van het Ger. W.);

15. de aangifte van rechterlijke beslissingen door de procureur-generaal op bevel van de minister van Justitie (artikel 441 van het W. Sv.);

16. cassatie in het belang van de wet (artikel 442 van het W. Sv.).

Naast de mechanismen die in de wet voorzien zijn, moet worden onderstreept dat interne controlemechanismen ook ruimer kunnen worden gezien als alle controlemechanismen die deel uitmaken van de moderne managementtools en die de goede werking van de gerechtelijke organisatie bevorderen.

De VAOC is bijvoorbeeld niet bevoegd om de controle te evalueren die de minister van Justitie uitoefent over alle ambtenaren van het Openbaar Ministerie (Memorie van toelichting, Parl. Hand., Kamer, 1997-98, 1677/1-97/98, 59). De wet stelt trouwens uitdrukkelijk dat de VAOC belast is met het algemeen toezicht op het gebruik van de middelen van interne controle binnen de rechterlijke orde.

Op wat steunt de “controle van de interne controle”?

De instanties die bevoegd zijn voor deze controles moeten jaarlijks verslag uitbrengen aan de VAOC. Dit moet resulteren in een jaarlijks overzichtsverslag, dat tevens aangeeft op welke manier de aanwending van de interne controlemiddelen verbeterd kan worden.

De VAOC kan deze overheden om alle nuttige informatie verzoeken. De minister van Justitie wordt hiervan gelijktijdig ingelicht

Maar ook hier geldt dat de Hoge Raad zich op geen enkel moment zelf gaat mengen in bijvoorbeeld lopende tuchtdossiers.

Wat gebeurt er met de resultaten?

De VAOC maakt een jaarlijks verslag op. Het verslag wordt ter goedkeuring toegezonden aan de Algemene Vergadering van de Hoge Raad. Het goedgekeurde verslag wordt meegedeeld aan de minister van Justitie, de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat alsook aan de korpschefs van de hoven en het Openbaar Ministerie bij deze hoven. 

Wat is de rol van de HRJ bij interne evaluaties binnen de magistratuur?

In 2000, hetzelfde jaar waarin de Hoge Raad voor de Justitie is opgericht, is binnen de magistratuur een systeem van interne evaluaties in werking getreden. Hierin kreeg de Hoge Raad een uiterst belangrijke opdracht: het opstellen van een lijst van criteria aan de hand waarvan de magistraten sinds 2 augustus 2000 geëvalueerd worden. Zoals de wet het voorschrijft, is deze lijst door de koning goedgekeurd. Daarna heeft de HRJ ook een advies uitgebracht over de evaluatie van magistraten, waarin ze oproept het systeem te herzien.