FAQ bijzonder onderzoek

Wie voert een bijzonder onderzoek uit?

Over welke onderzoeksmiddelen beschikt de HRJ?

Wat kan er gebeuren met de resultaten van zo’n onderzoek?

Welke beperkingen heeft het onderzoek?

 

Wie voert een bijzonder onderzoek uit?

In principe moet de VAOC het bijzonder onderzoek overlaten aan de bevoegde korpschef of hiërarchische meerdere.

De VAOC kan echter beslissen het onderzoek zelf te doen, tenminste als tweederde van haar leden daarmee akkoord gaat, wanneer de minister van Justitie dit bij zijn verzoek heeft gevraagd of wanneer het gelet op het onderwerp van het onderzoek niet raadzaam is het onderzoek op te dragen aan de bevoegde korpschef of hiërarchische meerdere. Hetzelfde geldt wanneer het onderzoek door deze laatsten niet naar behoren is of wordt gevoerd.

In dat geval wordt het onderzoek altijd geleid door een VAOC-lid dat magistraat is.

Over welke onderzoeksmiddelen beschikt de HRJ?

De VAOC beschikt hierbij over enkele beperkte onderzoeksbevoegdheden: betrokkenen horen (waarbij de magistraten zich desgewenst niet aan hun beroepsgeheim hoeven te houden), ter plaatse gaan (maar zonder dat de VAOC een echte huiszoekingsbevoegdheid heeft), en gerechtelijke dossiers raadplegen (op voorwaarde dat deze volledig afgesloten zijn).

Wat kan er gebeuren met de resultaten van zo’n onderzoek?

Elk bijzonder onderzoek wordt afgesloten met een verslag, dat door tweederde van de leden van de VAOC en vervolgens door de Algemene Vergadering van de Hoge Raad moet worden goedgekeurd. Bij wijze van conclusie kunnen de nodige aanbevelingen aan de bevoegde overheden worden geformuleerd.

Het onderzoeksverslag kan aanbevelingen en/of beleidsvoorstellen bevatten. Maatregelen echt afdwingen kan de VAOC evenwel niet; wel kan ze de bevoegde tuchtoverheid op de hoogte brengen van een gebrek aan medewerking. Die tuchtoverheid blijft vrij in haar conclusie, maar moet de Hoge Raad in ieder geval melden welk gevolg ze aan de aangifte gaf.

De bevoegde tuchtoverheden kunnen bijvoorbeeld, op basis van de informatie in het verslag, een tuchtonderzoek instellen.

Welke beperkingen heeft het onderzoek?

Het is belangrijk te benadrukken dat de hierna vermelde moeilijkheden zich bij iedere vorm van extern onderzoek naar de werking van de rechterlijke organisatie zouden kunnen voordoen, ongeacht het orgaan door wie het bijzonder onderzoek wordt gevoerd.

Zo, in het kader van een bijzonder onderzoek:

1) beschikt de HRJ noch over tuchtrechtelijke noch over strafrechtelijke bevoegdheden

Nochtans, wanneer de conclusies van het bijzonder onderzoek aanleiding zouden moeten geven tot het openen van een tuchtrechtelijk dossier, zou de HRJ over de wettelijke middelen moeten beschikken om het bevoegde orgaan te vatten met het oog op het opstarten van een tuchtrechtelijke procedure.

2) heeft de HRJ geen toegang tot de lopende gerechtelijke dossiers

Nochtans, om structurele of persoonlijke disfunctieproblemen vast te stellen en aanbevelingen te formuleren, zou de HRJ tijdig moeten kunnen tussenkomen, zelfs tijdens een lopende gerechtelijke procedure.

De mogelijke invloed van het onderzoek in een lopend dossier op de samenhangende en, in het bijzonder, tuchtrechtelijke procedures moet systematisch onderzocht worden.

3) kan de HRJ de leden van de rechterlijke orde enkel horen ten informatieve titel

Nochtans zou de HRJ elk persoon moeten kunnen horen, al dan niet lid van de rechterlijke orde, zodat hij een onderzoek kan voeren aan de hand van alle nuttige gegevens.