Strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek: het potentieel is groot. Hoe kunnen we dat stimuleren?

De invordering van verbeurdverklaringen, geldboeten en gerechtskosten is essentieel voor de geloofwaardigheid van Justitie en voor het strafrechtelijk beleid. Elke invordering zorgt bovendien voor hogere inkomsten voor de Staat en een doeltreffendere strijd tegen de georganiseerde misdaad.

De wet van 11 februari 2014 heeft ons wetgevend arsenaal aangevuld met het strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek (SUO). Met dit onderzoek wordt informatie verzameld over de reële vermogenssituatie van de veroordeelde en eventueel malafide derden die de hen opgelegde geldboeten en gerechtskosten niet betalen. De wet voorziet ook in de mogelijkheid om het vermogen van de veroordeelde in beslag te nemen.

Het SUO wordt te weinig toegepast. Vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet heeft de Verenigde advies- en onderzoekscommissie (VAOC) van de Hoge Raad voor de Justitie onderzocht waarom dat zo is en welke factoren de uitvoering van dit soort onderzoek kunnen stimuleren.

De VAOC heeft hiervoor alle parketten en auditoraten van het land bevraagd.

Hoewel de situatie verbetert, spreken de resultaten van het onderzoek voor zich. Enkele vaststellingen:

  • Bij de parketten is gemiddeld slechts een enkele magistraat aangesteld voor de SUO’s en dan nog niet voltijds.
  • Ongeveer 42% van de ondervraagde entiteiten heeft geen volledig/echt SUO gevoerd.
  • In slechts 10% van de dossiers werd de financiële sanctie volledig geïnd.

Volgens Christian Denoyelle, voorzitter van de Nederlandstalige advies- en onderzoekscommissie, zijn de teleurstellende resultaten vooral te wijten aan het feit dat “de nieuwe wetgeving niet in bijkomende middelen heeft voorzien. Het SUO kwam dus boven op de andere taken van de parketten, die al met een zware werklast kampen.” 

Die situatie heeft verregaande gevolgen vermits “een veroordeling die niet wordt uitgevoerd, een nutteloze veroordeling is. Dat wekt frustratie op bij iedereen die meegewerkt heeft aan de veroordeling en leidt ongetwijfeld ook tot een gevoel van straffeloosheid bij de veroordeelde.”

In het verslag dat op de website van de HRJ wordt gepubliceerd, reikt de VAOC mogelijke oplossingen aan. Die zijn niet alleen gebaseerd op haar eigen vaststellingen en analyses, maar ook op de heel relevante suggesties van de gerechtelijke entiteiten die aan het verkenningsonderzoek hebben deelgenomen.