Richtlijnen voor de opleiding van magistraten en gerechtelijke stagiairs (bekrachtigd door de Algemene Vergadering op 30 mei 2012)

Varia

Het menselijk kapitaal vormt de belangrijkste uitgavenpost binnen de rechterlijke organisatie. Het zal dan ook niet betwist worden dat een goed beheer van dit menselijk kapitaal essentieel is voor het bereiken van de doelstellingen van justitie.

De Hoge Raad voor de Justitie (HRJ) pleit met aandrang voor een integraal human resources management (personeelsbeleid) omdat dit substantieel kan bijdragen tot het inlossen van de kwaliteitseisen die van justitie mogen worden verwacht. Dit houdt in dat ernaar moet gestreefd worden om alle aspecten die met het personeel te maken hebben vanuit één visie aan te sturen, van bij de werving tot aan het pensioen.

Momenteel zijn verscheidene instellingen verantwoordelijk voor bepaalde delen van het personeelsbeleid binnen justitie. Naast de FOD Justitie en de Hoge Raad voor de Justitie vervult het Instituut voor de Gerechtelijke Opleiding daarbij een sleutelrol.

Luidens de Grondwet oefent de HRJ zijn bevoegdheden meer bepaald uit op het vlak van de opleiding van rechters en ambtenaren van het Openbaar Ministerie (art. 151, §3, 4°). De wet van 31 januari 2007 (art. 8, § 1) verduidelijkt dat de door het IGO opgestelde opleidingsprogramma’s in overeenstemming dienen te zijn met de richtlijnen die door de HRJ zijn voorbereid en bekrachtigd, voor ingeval ze betrekking hebben op de beroepsmagistraten van de rechterlijke orde, de plaatsvervangende magistraten, de raadsheren en rechters in sociale zaken, de rechters in handelszaken en de assessoren in strafuitvoeringszaken en de gerechtelijke stagiairs.

In 2012, heeft de HRJ nieuwe richtlijnen opgesteld die in principe de komende jaren ook nog zullen gelden voor de vorming van magistraten en gerechtelijke stagiairs.