Persbericht : Een kritische kijk op het nieuwe decreet van de Franstalige gemeenschap m.b.t. de preventie, jeugdhulpverlening en jeugdbescherming

Voor het eerst boog de Hoge Raad zich over een ontwerp van decreet van de Franse gemeenschap. De zogenaamde “Code Madrane” zou immers een grote impact kunnen hebben op de werking van justitie en het vertrouwen van de burger in het gerecht.

In september 2017 sprak de Hoge Raad zich al uit over een voorontwerp van decreet van de Vlaamse gemeenschap over jeugddelinquentie. Het ontwerp van Wetboek, dat momenteel wordt besproken in het parlement van de Franse gemeenschap, gaat ruimer: naast het omgaan met jeugddelinquentie wordt ook de preventie en jeugdhulpverlening in het Wetboek geregeld. In zekere zin gaat het Wetboek uit van de bestaande visie dat jongeren in eerste instantie moeten beschermd worden en dat de moeilijkheden van jongeren best transversaal worden aangepakt, daar waar Vlaanderen meer accent wenst te leggen op ieders eigen verantwoordelijkheid. De aanpak van jeugddelinquentie en de mogelijkheden van de jeugdhulpverlening in Vlaanderen, Brussel en Wallonië zullen meer en meer verschillen, zodat de Hoge Raad pleit voor een breed overleg tussen de diverse overheden en jeugdmagistraten.

In een kritisch maar constructief advies wijst de Hoge Raad er op dat op bepaalde punten de wens om de jeugdhulpverlening zoveel mogelijk buitengerechtelijk te behandelen geen goede zaak is. De bevoegdheden van de directeur van de diensten van jeugdbescherming gaan soms erg ver, bijvoorbeeld wanneer hij een beslissing van een magistraat naast zich neer zou kunnen leggen. Voorts suggereert de HRJ om het aanbod van de jeugdhulpverlening in de Franse gemeenschap te verbreden met dagcentra en multi-disciplinaire oriëntaties. Er zou ook best meer soepelheid komen om hulp te verlenen aan jongeren die pas meerderjarig zijn geworden.

Mooie principes in de wet schrijven is één ding, die principes snel en goed in de praktijk kunnen omzetten is nog iets anders. Net zoals de Hoge Raad dat deed voor de Vlaamse decreetgever, dringt hij er ook bij de Franse gemeenschap op aan dat voldoende middelen worden uitgetrokken om ervoor te zorgen dat de jeugdmagistraten en de diensten de problemen van jongeren effectief kunnen aanpakken.

Een tekort aan beschikbare plaatsen of tijdige hulpverlening kan ook leiden tot meer uithandengevingen, waardoor jonge delinquenten als volwassenen worden berecht. De HRJ stelt vast dat de Franse gemeenschap, die nochtans de jeugdbescherming als uitgangspunt behoudt, niet kiest voor een afschaffing van de uithandengeving. Overigens zou men de uithandengeving in Vlaanderen ook willen behouden, maar daartegenover staat dat jonge delinquenten in sommige gevallen tot 5 jaar na hun meerderjarigheid zouden kunnen geplaatst en opgevolgd worden in een jeugdinstelling.

Het volledige advies vindt u hier terug.