Persbericht: Regeerakkoord: De Hoge Raad voor de Justitie heeft vertrouwen maar is waakzaam!

Het regeerakkoord dat openbaar werd gemaakt, formuleert de plannen van de volgende regering voor de Hoge Raad voor de Justitie (HRJ).

De HRJ staat positief ten aanzien van de beslissing af te zien van het voorstel om de HRJ niet enkel de meest geschikte kandidaat voor het ambt van korpschef te laten voordragen, maar twee of meerdere kandidaten waarna de Minister van Justitie de vrijheid zou krijgen de door hem gekozen kandidaat voor te dragen voor benoeming aan de Koning.

De HRJ ziet in dat de evaluatie die de toekomstige regering wil uitvoeren met betrekking tot zijn bevoegdheden, zijn samenstelling en zijn werking een logische stap kan zijn na zijn meer dan tienjarig bestaan en op een moment dat de recente hervorming het gerechtelijk landschap grondig heeft gewijzigd.

De HRJ is daarentegen bezorgd door de voorgenomen versterking van het toezicht op de werking van Justitie voor zover dit zou toevertrouwd worden aan een interne dienst van de FOD Justitie of aan een specifieke parlementaire commissie.

Waar Justitie, zoals elke openbare dienst, verantwoording voor haar werking moet afleggen, moet evenwel ten stelligste de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht die borg staat voor de bescherming van de burger, bewaard blijven. De HRJ is van mening dat dit niet meer het geval zou kunnen zijn wanneer het toezicht op de werkzaamheden van Justitie (opnieuw) politiek terrein wint, hetzij rechtstreeks hetzij via haar administratie. De HRJ die juist werd opgericht om een dergelijk belangenconflict tegen te gaan, blijft om deze reden waakzaam, maar is bereid hierover in overleg te treden met de nieuwe minister van Justitie. Op basis van zijn verworven knowhow inzake audit en bijzonder onderzoek, biedt de HRJ aan mee te werken aan de uitwerking van een goed functionerende interne controle door de nieuwe colleges. Daarnaast wil de HRJ zijn inzichten omtrent de nieuwe invulling van de externe controle op de werking van justitie, gegeven de beheersautonomie, delen met de minister van Justitie om te komen tot betere werkprocessen, een grotere effici├źntie en een verantwoordelijk beheer van de middelen.