Persbericht: over tussenkomsten van politici bij rechters

De Hoge Raad voor de Justitie (HRJ) heeft kennis genomen van de persberichten en standpunten over de telefonische tussenkomst van een Parlementslid bij een jeugdrechter.

De HRJ keurt elke inmenging in lopende rechtszaken af, a fortiori van leden van de uitvoerende macht en de wetgevende macht. Dit is strijdig met de scheiding van de machten, de door de Grondwet gegarandeerde onafhankelijkheid van de rechter en het recht op een eerlijk proces voorzien in art. 6 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Bovendien ondermijnen dergelijke tussenkomsten het vertrouwen dat de burgers terecht mogen hebben in een onafhankelijke rechtspraak.

De HRJ formuleerde, naar aanleiding van een eerder geval, reeds twee aanbevelingen en herhaalt deze:

  • De Hoge Raad stelt voor om iedere inmenging van leden van de uitvoerende en wetgevende macht in lopende gerechtelijke zaken strafbaar te stellen door artikel 239 van het strafwetboek te verstrengen en het toepassingsveld ervan uit te breiden;
  • Magistraten moeten beseffen dat hun plicht tot terughoudendheid niet van toepassing is in geval van pogingen tot beïnvloeding. Dit volgt uit artikel 10 van het EVRM dat het recht op vrije meningsuiting garandeert (EHRM, arrest Kudeshkina /Rusland van 26/2/2009, zaak 29492/05). Het artikel 10 van het EVRM staat hiervoor garant. De Hoge Raad voor de Justitie, die instaat voor de externe controle op de werking van de rechterlijke orde, is via zijn advies- en onderzoekscommissies trouwens een ideaal meldpunt voor dit soort inbreuken.

Einde persbericht.

 

Voor meer inlichtingen :

De heer Rudy Verbeke

Lid van de Hoge Raad voor de Justitie

Tel: 0474 96 35 32