Persbericht: Opinie van de Hoge Raad voor de Justitie - Wie controleert de magistratuur?

De getuigenissen op het proces van Ronald Janssen en misschien nog meer de vragen over het strafonderzoek, laten niemand onberoerd, ook de leden van de Hoge Raad voor de Justitie niet. Het Comité P heeft het politiewerk nauwgezet onder de loep genomen, maar wat met de magistraten? Sommigen laten uitschijnen dat rechters en procureurs niet gecontroleerd worden.

Niets is minder waar. Er zijn vooreerst controles ingebouwd in de wet. Controles die rechters en procureurs zelf moeten verrichten en controles die de advocaten van de partijen kunnen vragen. Bovendien bestaat er een ‘extern’ controleorgaan voor de rechterlijke organisatie, met name de Hoge Raad voor de Justitie. Toen de wetgever in 1998, na de Affaire Dutroux, de Hoge Raad voor de Justitie (HRJ) oprichtte, was het precies daarom te doen: de werking van de Belgische justitie optimaliseren en de externe controle te realiseren. Dit doet de HRJ door objectieve benoemingen van magistraten, door controles op het gerecht, de behandeling van klachten en door advies aan het parlement en de minister van Justitie.

De werking van justitie verbeteren doe je echter niet in een oogwenk. Maar de controles die de HRJ uitvoerde, zoals het bijzonder onderzoek in het kader van de zaak Fortis en de audit van de rechtbanken van Koophandel, bewijzen dat justitie kan veranderen als de HRJ hen een steun in de rug geeft.

Met de sereniteit die van een controleorgaan verwacht kan worden, bereidt de Hoge Raad voor de Justitie momenteel een bijzonder onderzoek voor naar de werking van het gerecht bij het opsporen van de dader van de moord op Annick Van Uytsel. De HRJ heeft aan het parlement in detail uitgelegd waarom het zijn onderzoek pas na het einde van het assisenproces kon starten.

Toch blijven sommigen de burger voorhouden dat er maar één uitweg bestaat om ons te behoeden voor eventuele fouten begaan door magistraten: een Comité J, dat naar analogie met het Comité P, onder toezicht staat van het parlement. De voorstanders van een Comité J stellen dat de Hoge Raad niet snel genoeg op de bal speelt door niet tussenbeide te komen in lopende dossiers. Vergeten we echter niet dat de wetgever zelf de HRJ verboden heeft om in lopende onderzoeken tussenbeide te komen! Als het parlement nu meent dat het zich daarin heeft vergist, volstaat het de wet te veranderen. De HRJ toegang geven tot lopende dossiers is door een wetswijziging perfect mogelijk.
Dat een nieuwe pijnlijke strafzaak ook politici verder aanzet tot actie om de werking van justitie te blijven verbeteren, is positief. Alleen mag hun actie geen doekje tegen het bloeden zijn. Is het niet logischer en (kosten)efficiënter om een bestaand orgaan, dat al over (grond)wettelijke bevoegdheden inzake externe controle beschikt, te versterken in plaats van systematisch nieuwe organen te creëren, zoals een Comité J, en de bestaande organen, zoals de HRJ, uit te hollen ?

Temeer daar de HRJ die in 1998 werd opgericht om het gerecht te controleren, achteraf revolutionair bleek. België koos er immers voor de controle op de werking van Justitie niet enkel aan magistraten over te laten, maar ontwierp een Hoge Raad die voor de helft bestaat uit mensen die geen magistraat zijn. Inmiddels werden heel wat Europese Hoge Raden voor de Magistratuur of de Justitie omgevormd naar dit model. België schreef dus geschiedenis. Het opnemen van ‘buitenstaanders’ in een instelling die selecteert en controle uitoefent op de werking van het gerecht vormt sindsdien een belangrijke buffer tegen eventuele reflexen van behoudsgezindheid en corporatisme.
Tot slot is het van belang te benadrukken dat de HRJ los staat van de drie machten (regering, parlement en rechterlijke orde), en dus controles kan uitvoeren met het grootste respect voor het evenwicht der machten.

Zijn we het niet aan onszelf en aan alle burgers verschuldigd om over mogelijke verbeteringen van de controle op de werking van het gerecht snel maar grondig na te denken vooraleer te overwegen een nieuw orgaan in het leven te roepen, zeker in tijden van economische crisis? De Hoge Raad voor de Justitie is de eerste om zijn verantwoordelijkheid op te nemen in dit debat en zelfs te bekijken hoe de instelling kan hervormd worden om nog beter zijn doel te dienen: bijdragen tot een optimaal werkende justitie.