Persbericht: “Nieuw College van de zetel is overbodig”

De minister van Justitie wil alweer een nieuw orgaan in het leven roepen – een College van Hoven en Rechtbanken – maar de bevoegdheden die hij daaraan geeft, overlappen grotendeels met die van bestaande instellingen. “Overbodig”, zegt de Hoge Raad voor de Justitie. “Bovendien geeft de minister geen visie mee van de nieuwe architectuur die hij voor ogen heeft. Het nieuwe college hangt in het luchtledige”.

Het parlement kreeg midden juni een brief, die uit de pen is gerold van justitieminister Stefaan De Clerck. In april vorig jaar, dus voor de regering viel, kwam de minister weliswaar met een omvattend hervormingsplan voor justitie. Dat werd besproken op de Ministerraad, maar door de val van de regering, is het dode letter gebleven.

Nu tracht de minister opnieuw, zonder een nieuwe visie voor te stellen aan het parlement, nieuwe ontwerpen te laten stemmen. “Mondjesmaat stukjes van de puzzel vrijgeven en daarover parlementairen laten stemmen, is slecht bestuur”, vindt de HRJ.

Zo’n College kan trouwens ingrijpende gevolgen hebben voor ons gerechtelijk apparaat. “Er dreigt een verdere opdeling tussen het Openbaar Ministerie en de magistraten van de Zetel. Dat lijkt een technische materie, maar kan verregaande gevolgen hebben voor de burger”. Een debat over een totaalplan voor justitie dringt zich op vooraleer nieuwe organen in het leven te roepen.

Het College van Hoven en Rechtbanken dat minister De Clerck nu naar voren schuift lijkt trouwens als twee druppels water op het “College van de Zetel”, dat hij voor de val van de regering had voorgesteld. De Hoge Raad voor de Justitie, die toeziet op de goede werking van ons rechtsapparaat, adviseerde hierover trouwens negatief. HRJ: “Nagenoeg alle taken die aan het college werden toegedicht, worden al waargenomen door bestaande instellingen. In plaats van alweer een nieuw orgaan te creëren, zou men beter de bestaande rationaliseren: overlappingen voorkomen en bevoegdheden versterken”.

De Hoge Raad voor de Justitie dringt sinds 2003 herhaaldelijk en duidelijk aan op een grondige hervorming en stelt daarbij onomwonden dat het gefragmenteerd op