Persbericht: “Maak inmenging in justitie strafbaar” (HRJ)

De schriftelijke tussenkomst van een parlementslid in een lopende rechtszaak, die begin oktober aan het licht kwam, kan volgens de Hoge Raad voor de Justitie (HRJ) niet door de beugel. Meer nog, de HRJ pleit voor het strafbaar stellen van dergelijke interventies. “En rechters moeten zich vrij voelen om dit soort pogingen tot beïnvloeding systematisch te melden”, aldus HRJ-voorzitter Eric Staudt. “Magistraten denken nog te vaak dat hun discretieplicht ze dit verbiedt. Niets is minder waar. Magistraten moeten beseffen dat in geval van beïnvloeding of pogingen daartoe, hun spreekrecht primeert op hun plicht tot terughoudendheid”.

Feiten bewezen

Via de media kwam begin oktober aan het licht dat een parlementslid een vrederechter had aangeschreven over een lopende zaak. In de pers gaf de betrokken politicus zelf de feiten toe. De HRJ is in het bezit van een kopie van de bewuste brief. In die omstandigheden achtte de HRJ verder onderzoek niet nodig en neemt de HRJ de feiten voor waar aan.

 

Streng afkeuren

De HRJ keurt elke inmenging van derden in lopende rechtszaken af, a fortiori van overheidswege, zowel van de uitvoerende macht als van de wetgevende macht. HRJ-voorzitter Eric Staudt: “Dergelijke inmenging is in strijd met de scheiding van de machten, de onafhankelijkheid van de rechter en het recht op een eerlijk proces. Bovendien ondermijnen tussenkomsten zoals hiervoor bedoeld het vertrouwen dat de burgers terecht mogen hebben in een onafhankelijke rechtspraak”.

 

Twee aanbevelingen

De Verenigde Advies- en Onderzoekscommissie van de HRJ, die instaat voor de externe controle op de werking van de rechterlijke orde, beveelt het volgende aan.

1) De Hoge Raad dringt er bij het federaal Parlement op aan om het artikel 239 van het strafwetboek te verstrengen en uit te breiden qua toepassingsveld, dat wil zeggen te actualiseren. Reeds in 2009, in de nasleep van de Fortis-affaire heeft de HRJ ervoor gepleit leden van de uitvoerende macht strafbaar te maken, wanneer die zich mengen in lopende juridische zaken (zie het bijzonder onderzoek “Fortis”). Bij wijze van uitbreiding kan gedacht worden aan eenzelfde strafbaarheidstelling voor elke inmenging in de rechtsprekende functie.

2) Magistraten moeten beseffen dat hun plicht tot terughoudendheid niet van toepassing is, in geval van pogingen tot beïnvloeding. Het artikel 10 van het Europees verdrag voor de rechten van de mens staat hiervoor garant. Zo kreeg de Russische rechter Olga Kudeshkina op 26 februari 2009 gelijk voor het Europees Hof voor de rechten van de mens. Ze was volgens het Hof onterecht ontslagen na openlijke kritiek op haar oversten, onder meer wegens beïnvloeding. De Hoge Raad voor de Justitie, die instaat voor de externe controle op de werking van de rechterlijke orde, is via zijn advies- en onderzoekscommissies trouwens een ideaal meldpunt voor dit soort inbreuken. Bij de Nederlandstalige en Franstalige Advies- en onderzoekscommissie kan iedereen terecht met klachten over de werking van justitie. Ook magistraten die aan pogingen tot beïnvloeding blootstaan, kunnen dit bij deze commissies melden.