Persbericht: Justitie kan beter, leert justitiebarometer van de Hoge Raad

Het vertrouwen van de Belgen in justitie kan beter. Dat blijkt uit een grootschalige enquête, afgenomen bij zo’n 3.300 respondenten. 3.237 inwoners van België boven de vijftien zijn tussen april en juni 2010 telefonisch bevraagd door de Hoge Raad voor de Justitie over hun vertrouwen in Justitie.

De HRJ is ontstaan na de Witte Mars en helpt de Belgische justitie beter te functioneren, door magistraten te selecteren en voor te dragen voor benoeming en door externe controle van haar werking, met name door de uitvoering van audits, klachtenbehandeling en het uitbrengen van adviezen. Zij moet ook het vertrouwen in justitie helpen vergroten. Meten is weten en dus heeft de HRJ de resultaten van zijn zogenaamde Justitiebarometer bekend gemaakt, de derde editie al. De twee vorige metingen vonden plaats in 2002 en 2007. De resultaten van de enquête zijn vandaag / maandag voorgesteld tijdens een academische zitting naar aanleiding van het tienjarig bestaan van de HRJ in Brussel.

Justitie beter dan pers en parlement, slechter dan politie en scholen
6 op 10 Belgen heeft vertrouwen in justitie. Ter vergelijking: het onderwijs geniet het vertrouwen van 94 % van alle Belgen en de politie van 85 % en er is een stijgende trend merkbaar sinds 2002 voor die beiden. Merken we op dat alle burgers in aanraking komen met politie en scholen, maar niet noodzakelijk met justitie. De kern van de zaak is echter dat het mogelijk is om aan vertrouwen te werken. Er is dus een gematigd tot goed vertrouwen in justitie, meer dan in het parlement (53 %) en de pers (51%). Het minste vertrouwen heeft men in religieuze instellingen (36%). Ten opzichte van de vorige Justitiebarometer (2007) is het vertrouwen  in justitie gezakt, van 66 % tot 61 %. Het parlement en de religieuze instellingen kregen nog hardere klappen, met een daling van respectievelijk 24 % en 18 %.

Justitie werkt, maar informeert slecht
56 % van alle Belgen is eerder tevreden tot tevreden over de werking van justitie. Er is wel een daling sinds 2007 (60 %), maar Belgen blijven wel meer tevreden in vergelijking met 2002 (43 %). 1 op 5 Belgen vindt dat de werking van justitie de afgelopen jaren erop vooruit is gegaan (minder dan in 2007), 1 op 2 ziet geen verandering en 1 op 4 ziet zelfs achteruitgang. We zien verder dat 79 % eerder akkoord tot akkoord is met de stelling “Wanneer een persoon als partij betrokken wordt in een rechtszaak, zal hij een eerlijk proces krijgen”. Het is volgens 68 % makkelijk om een zaak voor de rechtbank te brengen. Helaas vindt drie kwart van de bevraagden (73 %) dat justitie onvoldoende informatie geeft over haar werking.

Ervaring en perceptie zijn twee
Belgen die al in aanraking kwamen met het gerecht, in burgerlijke zaken, hetzij als klager, verweerder of getuige, zijn in de helft van de gevallen (54 %) tevreden over het resultaat van hun zaak. . Er is wel een stijging ten opzichte van 2007 (46 %). Er zijn met andere woorden meer burgers tevreden over de afloop van een burgerlijke zaak, dan drie jaar geleden. Dat is niet onbelangrijk, want hier werd niet langer naar louter perceptie gepolst, maar daadwerkelijke ervaring met justitie geëvalueerd door de burger. Over de manier waarop hun zaak werd behandeld, meent 38 % dat ze nog onvoldoende of slecht werden gehoord door de rechter. De meningen in strafzaken zijn nagenoeg even verdeeld als in burgerlijke zaken. 50 % is (eerder) negatief over het resultaat van hun zaak. 50 % positief of eerder positief. In strafzaken vond 87 % dat de rechter naar hem of haar geluisterd had.

Het idee van een klassenjustitie nog niet dood
Behandelen rechters en advocaten hun cliënten of burgers gelijk? Kennen zij hun dossiers goed? Handelen rechters hun zaken snel af? 79 % van de Belgen vindt dat advocaten voldoende kennis hebben van hun dossiers. 60% vindt dat advocaten met twee maten en gewichten werken en hun cliënten niet op gelijke wijze behandelen. Het aantal Belgen die dat wel vindt (39%) is wel toegenomen ten opzichte van 2007 (34 %). Wat betreft rechters, vertrouwt 72 % van de Belgen erop dat rechters voldoende dossierkennis hebben, 62 % dat zij onafhankelijk hun beslissingen nemen, slechts 55 % vindt dat rechters alle burgers gelijk behandelen en liefst 75 % is niet of eerder niet akkoord met de stelling dat rechters hun zaken snel afhandelen. Naar gelijke behandeling door rechters en hun dossierkennis, zien we wel opnieuw een stijging ten opzichte van 2007 (52%). Een parketmagistraat kent volgens 78 % zijn dossier goed genoeg om een beslissing te nemen. 66% is overtuigd dat de parketmagistraat iedereen op gelijke wijze behandelt.

Volksjury of beroepsrechter?
81 % heeft er geen probleem mee om, eens voor de rechtbank, door een beroepsrechter te worden beoordeeld, terwijl slechts 55 % graag berecht zou worden door een volksjury. Gevraagd of men een volksjury bij bepaalde misdaden ziet zitten, zegt 67 % (eerder) voorstander te zijn en 33 % (eerder) tegenstander. 44 % is(eerder) akkoord met de stelling dat ook in andere strafzaken dan voor Assisen, burgers moeten deelnemen aan het vonnis. Filmen van zittingen moet volgens 44 % van de Belgen en dat is meer dan in 2007 (39 %). 8 op 10 vindt dat de werkwijze waarbij burgers, die gespecialiseerd zijn in het onderwerp, zoals arbeidsrecht, rechters bijstaan, zou veralgemeend moeten worden naar andere burgerlijke zaken. Bemiddeling in burgerlijke zaken, om onder toezicht van een rechter tot een oplossing van het conflict te komen, lijkt voor 94 % een goede zaak.

De Belg en bestraffing
In strafzaken kunnen daders en slachtoffers, voor bepaalde feiten, ook onder begeleiding tot een overeenkomst komen, voor de zaak voor de rechter komt. Hiervan zijn 82 % voorstanders te vinden. Tegenover 2007 neemt het aantal voorstanders voor de zogenaamde strafbemiddeling wel af. Het merendeel van de respondenten vindt voor alle misdrijven, verkeersmisdrijven uitgezonderd, de straf niet zwaar genoeg. Respondenten kunnen zich het minst vinden in de straffen voor georganiseerde criminaliteit (seksuele misdrijven is niet significant gestegen). 90 % vindt dat die niet streng genoeg bestraft worden. Gevraagd of gedetineerden vervroegd mogen vrijkomen, zegt 60 % neen. Dat is evenveel als in 2007, maar dat cijfer lag toen wel al beduidend hoger dan in 2002 (53%). Qua alternatieve straffen, is 66 % te vinden voor elektronisch toezicht en 82 % voor gemeenschapsdienst. Een rechter moet volgens 20 % van de Belgen géén rekening houden met de geestelijke toestand van de verdachte (hiervoor is er geen significant verschil !) en volgens 33 % ook géén rekening houden met ervaringen tijdens de jeugd van de verdachte. 47 % vindt dat de sociale situatie van de verdachte geen rol mag spelen bij de rechterlijke beslissing. Snelrecht tenslotte vinden 9 op 10 Belgen een goede zaak. Echter, 41% gelooft dat dit leidt tot meer verkeerde beslissingen. Min 18‐jarigen die een misdrijf hebben gepleegd, moeten volgens 17 % (18% in 2007) opgesloten worden in een jeugdgevangenis. Volgens 82 % (80% in 2007) horen zij thuis in een instelling, waar begeleiding en opvoeding centraal staan.

Conclusies en aanbevelingen
Justitie moet zijn werking verbeteren door een systeem van kwaliteitsmanagement. Tevens moet justitie de burger goed informeren over zijn werking. Communiceren moet zeker over zaken waarover een groot aantal van burgers nu al tevreden zijn. De overgrote meerderheid van de Belgen gelooft immers in de eerlijkheid van de processen, de rechtvaardigheid van de beslissingen ,, in de onafhankelijkheid van de magistratuur en de dossierkennis van de justitiële actoren. We moeten er echter ook voor zorgen dat de doorlooptijden korter worden en de juridische taal toegankelijker wordt. Niet zelden komen verdachten vrij door  procedurefouten en dat is een bron van ergernis voor de modale Belg. Een degelijke bewaking van een goede toepassing van de procedures is dus onontbeerlijk.