Persbericht: HRJ geeft advies over gerechtelijke hervorming

De Hoge Raad voor de Justitie juicht de invoering van grotere gerechtelijke arrondissementen toe. Hij was al jaren vragende partij hiervoor en bracht hierover sinds 2004 herhaaldelijk adviezen uit. “De meer dan 200 jaar geleden, louter op territoriale gronden bepaalde omvang beantwoordt niet meer aan wat vandaag vereist is voor een performante rechterlijke organisatie”. Maar de HRJ uit in zijn nieuwe advies ook enkele bedenkingen en kijkt vooruit naar de nieuwe beheersstructuur die nodig is om de grotere arrondissementen te runnen.

De HRJ heeft op eigen initiatief advies uitgebracht over de hervormingsplannen van de minister van Justitie en dit advies voor vrijdag 1 maart overgemaakt aan de minister. De integrale tekst van het advies vindt u op de website van de HRJ.

Grotere arrondissementen

  1. Om een soepel en efficiënt personeelsbeleid te voeren, moet een rechtbank bijvoorbeeld voldoende groot zijn en over genoeg instroom van dossiers beschikken. In de hervormingsvoorstellen van de minister van Justitie worden op de provinciaal bepaalde arrondissementen, evenwel uitzonderingen gemaakt. Een aantal arrondissementen, zoals Namen, Leuven of Eupen blijven te klein om die schaalvoordelen te bieden.
  2. In Eupen worden dan wel koophandel, arbeid, eerste aanleg en vrederechters opgenomen in één rechtbank om toch enige schaalgrootte te bereiken. Waarom enkel hier, vraagt de HRJ zich af. De HRJ pleit ervoor om ook in andere arrondissementen de rechtbanken van koophandel, de arbeidsrechtbanken en de rechtbanken van eerste aanleg samen te voegen. Deze integratie zou bijdragen tot een oordeelkundige specialisatie, inzetbaarheid en mobiliteit van de staf, rationalisatie, transparantie, eenvormigheid en vereenvoudiging.
  3. Door een korpschef te voorzien op het niveau van de vrederechters en de politierechters en de invoering van mobiliteitsmaatregelen wordt ook op dit niveau een schaalvergroting gerealiseerd. Evenwel wijst de HRJ op het belang de “nabijheid” op dit niveau te bewaren.

Mobiliteit

  1. De wetsontwerpen waarover de HRJ advies heeft uitgebracht, behelzen ook de mobiliteit van de magistraten. Specialisatie, schaalvergroting en mobiliteit gaan hand in hand, omdat met méér zaken en dus méér rechters een betere taakverdeling denkbaar is. Wel vindt de HRJ dat om de eigenheid van de te integreren rechtbanken te behouden, een wettelijk minimumkader en een aanzienlijke mate van interne beheersautonomie dient behouden.
  2. De verplaatsingen van magistraten worden bovendien volgens de wetsontwerpen veelal op “ressortelijk” niveau (hoven van beroep) beslist. De korpschefs van rechtbanken en parketten zullen wel aan “beheersovereenkomsten” moeten voldoen, hetgeen moeilijker wordt indien niet zij, maar de hoven van beroep, beslissen over de mobiliteit van de magistraten in de arrondissementen. “Het is denkbaar dat bepaalde verrichtingen die in het kader van het beheerscontract zijn aangegaan, niet worden nagekomen wegens een tekort aan magistraten dat zou te wijten zijn aan een overplaatsing waarmee de korpschef niet heeft ingestemd”.
  3. Mobiliteit mag tot slot geen lapmiddel zijn voor een onjuiste invulling van de wettelijke kaders in verhouding tot de werklast, voor een gebrekkig benoemingsbeleid (te laat invullen van het kader, enzovoort), voor een gebrekkig beheer in andere korpsen of misbruikt worden als een verdoken tuchtsanctie. Mobiliteit buiten de grenzen van de nieuwe arrondissementen moet met andere woorden een "subsidiaire oplossing" zijn, waarmee zorgvuldig wordt omgesprongen.

Beheer

  1. In zijn advies anticipeert de HRJ ook op een derde wetsontwerp dat nog in de pipeline zit, met betrekking tot het management van de nieuwe rechtbanken en parketten. Behalve schaalvergroting voorziet de minister immers ook verregaande autonomie voor de nieuwe entiteiten. Dat zal een heleboel nog in het leven te roepen en te organiseren functies vergen. Voor de HRJ dient iedere managementfunctie een mandaat te zijn (ook voor niet-magistraten), en moet er over gewaakt worden dat dergelijke belangrijke functies op een objectieve manier worden ingevuld, wat een tussenkomst van de HRJ impliceert, die hét "selectieorgaan" is voor de magistratuur.
  2. Als gevolg van de hervorming zal een nieuw organigram alle functies zodanig moeten omschrijven dat er geen bevoegdheidsvermenging ontstaat. De HRJ is van mening dat het strategische niveau (de lange termijn visie vastgelegd in een beheersovereenkomst) en het operationele niveau (de uitvoering van de beheersovereenkomst) strikt van elkaar moeten gescheiden worden.
  3. Om de financiële autonomie van de rechtbank of het parket gestalte te geven is het aangewezen dat de korpschef wordt bijgestaan door een directeur-beheerder, waarvan de HRJ de competenties bepaalt.
  4. Autonomie moet tevens gepaard gaan met checks & balances. Om de goede werking van de justitie te garanderen bepaalt de HRJ in zijn advies dan ook welke interne en externe controles moeten voorzien worden op strategisch en operationeel niveau.
  5. De HRJ stelt tenslotte ook een aantal verschillen vast tussen de behoeften van de zetel en de parketten. Bij de parketten zal men bij de budgettaire autonomie onder meer rekening moeten houden met de gerechtskosten en specifieke omstandigheden die zich kunnen voordoen. Ook bestaande praktijken zoals samenwerkingsakkoorden en lokale afspraken met externe partijen zoals de politiediensten mogen door de hervorming niet in het gedrang komen.