Persbericht: Hoge Raad wil verjaringstermijn pas starten op 25 ipv 18 jaar

Een minderjarig slachtoffer van seksueel misbruik zou volgens de Hoge Raad voor de Justitie tot aan de leeftijd van 35 jaar klacht moeten kunnen neerleggen. Nu verjaart zo’n misdrijf op de leeftijd van 28 jaar. Niet de verjaringstermijn zelf moet langer, vindt de HRJ, maar de leeftijd waarop die begint te lopen, moet wel opgetrokken, schrijft de HRJ in een nieuw advies aan het parlement.

Wetsvoorstel
In de huidige situatie kan een kind dat in zijn jeugd aangerand is, slechts tot 10 jaar na zijn meerderjarigheid – dus tot aan zijn 28 jaar oud –klacht neerleggen. De parlementaire commissie seksueel misbruik stelt voor om de verjaringstermijn op te trekken tot 15 jaar. Een eerder wetsvoorstel wilde de startleeftijd van 18 jaar behouden en de verjaringstermijn van 10 jaar zelfs verlengen tot 30 jaar. « De HRJ is van mening dat dit wetsvoorstel het evenwicht in de huidige hiërarchie van de verjaringstermijnen zou verstoren ; de verjaringstermijn voor niet-correctionaliseerbare misdaden, dat wil zeggen voor de meest ernstige misdaden, bedraagt immers vijftien jaar”.

De tijden zijn veranderd
De Raad stelt daarom voor om de huidige verjaringstermijn te behouden, maar de leeftijd vanaf wanneer seksueel misbruik van minderjarigen (aantasting van eerbaarheid, verkrachting ) begint te verjaren, op te trekken tot 25 jaar. Want de referentieleeftijd van 18 jaar houdt volgens de HRJ “onvoldoende rekening met de moeilijkheden die de slachtoffers van seksueel misbruik ondervinden om te spreken over de feiten waarvan zij het slachtoffer werden. Het houdt eveneens onvoldoende rekening met de huidige sociologische realiteit waarin kan worden aangenomen dat volwassenen vandaag slechts tegen hun dertigste hun verantwoordelijkheid volledig opnemen op het vlak van hun gezin en hun beroep”.

Alle vormen van mishandeling
Het advies dat de HRJ woensdag heeft uitgebracht, bevat nog een nieuwigheid tegenover de bestaande wetgeving. Volgens de HRJ moet er voor alle vormen van mishandeling van min 18-jarigen, dus ook morele en fysieke mishandeling, een startleeftijd van 25 jaar worden gehanteerd, waarop de verjaringstermijn begint te lopen. Vandaag kan een zevenjarige die mishandeld wordt door zijn ouders, na zijn twaalven geen klacht meer neerleggen. Inderdaad, voor slagen en verwondingen geldt een verjaringstermijn van vijf jaar en die termijn begint in dit geval te lopen vanaf de feiten. Dat moet de wetgever veranderen, vindt de HRJ, zij het met behoud van de huidige verjaringstermijnen.

Moeilijk bewijzen
Blijft de moeilijkheid om dergelijk misbruik, veelal begaan in familiekring, te bewijzen. Meestal is de rechter aangewezen op de verklaringen van het slachtoffer en de vermoedelijke dader, en door de tijd die verlopen is, kunnen sommige onderzoekshandelingen (sporenonderzoek, getuigenverklaringen, DNA-tests, lichamelijk onderzoek, buurtonderzoek, …) niet meer worden uitgevoerd. De HRJ doet net ook daarom de aanbeveling om te investeren in de ontwikkeling van nieuwe onderzoeks- en bewijstechnieken, zoals de wetenschappelijke kennis over lichaamstaal.