Persbericht : Is het jeugdrecht nog uit te leggen aan de burger?

Binnenkort passen jeugdrechters nieuwe regels toe om te reageren op misdrijven van jongeren.

Maar die regels zijn niet voor iedereen dezelfde! Ook niet als die jongeren de feiten samen hebben gepleegd. Een jongen die een bushalte verderop woont, kan anders behandeld worden dan zijn vriend.

Dat komt door een combinatie van de huidige staatsstructuur, de taalwetgeving en de federale jeugdwet. In Brussel valt dat het meeste op.

Een jongen uit de Vlaamse rand die hulp nodig heeft of een misdrijf heeft gepleegd, wordt in principe opgevolgd door een Nederlandstalige jeugdrechter uit Brussel die Vlaamse wetgeving toepast. Vraagt hij de taalwijziging, dan past een jeugdrechter van de Franstalige rechtbank van Brussel het Vlaams decreet toe. Een jongen die in Waals-Brabant woont, wordt berecht door een jeugdrechter in Nijvel op basis van wetgeving van de Franse gemeenschap. Voor een Brusselaar geldt dan weer een andere wet (“ordonnantie”), en in functie van de taal komt hij voor bij een Franstalige of Nederlandstalige jeugdrechter.

Wat al die jeugdrechters precies kunnen of mogen beslissen, is dus verschillend. En hoe dat concreet wordt ingevuld, is ook anders, want elke gemeenschap heeft zo zijn eigen regels en mogelijkheden. 

De HRJ bracht zopas een advies uit over een voorontwerp van een ordonnantie over het jeugdrecht. Hij wijst de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie op de verschillen tussen de verschillende wetgevingen en vraagt zich af of de burger al die verschillen nog kan volgen.

Binnenkort start ook de bespreking in het Vlaams parlement van een ontwerpdecreet over jeugddelinquentie. De HRJ vult een eerder advies aan en wijst op enkele risico’s.