Persbericht : De HRJ biedt aan samen te werken met het Parlement in de zogenaamde zaak Chodiev

“Kazachgate” doet veel stof opwaaien. De pers, de politici, het Parlement, maar ook de burger stellen zich zeer veel vragen bij de totstandkoming in het Parlement van de zogenaamde "verruimde minnelijke schikking" en de toepassing daarvan door de magistratuur. Uiteraard laten deze vragen ook de Hoge Raad voor de Justitie niet onberoerd.

Reeds op 10 mei 2011 heeft de Hoge Raad voor de Justitie in een brief aan de toenmalige voorzitters van de Kamer en de Senaat, de voorzitter van de commissie voor de justitie van de Kamer en de minister van Justitie betreurd dat noch de wetgevende noch de uitvoerende macht de Hoge Raad om advies over deze fundamentele wetswijziging heeft gevraagd. Nochtans -zo stelde de Hoge Raad destijds- zou deze uitbreiding van de minnelijke schikking in strafzaken “een betekenisvolle weerslag hebben op de algemene werking en organisatie zowel van het openbaar ministerie als de rechtbanken.” In een reactie van 26 mei 2011 schreef de toenmalige minister van Justitie Stefaan De Clerck dat "de gevolgde procedure tot wetswijziging, met name via een amendement op de wet houdende diverse bepalingen, niet gebruikelijk is, gelet op het belang van de uitbreiding van de minnelijke schikking en de versoepeling van het bankgeheim."

In zijn memorandum voor de formateur van de federale regering van 25 juni 2014 heeft de Hoge Raad gewezen op de noodzaak van een eerste objectieve evaluatie van de zogenaamde “afkoopwet” omdat de toepassing ervan al dan niet terecht op heel wat kritiek stuitte.

Meer dan ooit staat de Hoge Raad er op dat zij betrokken wordt als adviesverlener, mocht de wetgever de wetgeving over de verruimde minnelijke schikking willen aanpassen, al dan niet als gevolg van het arrest van het Grondwettelijk Hof van 2 juni 2016.

Gelet op het feit dat de Kamer heeft beslist om een bijzondere onderzoekscommissie op te richten die zich naar verluidt eveneens over het gerechtelijk luik zal buigen, wenst de Hoge Raad voor de Justitie het werk van deze onderzoekscommissie niet te bemoeilijken. Daarom biedt de Hoge Raad de onderzoekscommissie aan om waar mogelijk samen te werken, ieder binnen zijn bevoegdheden. De Hoge Raad staat klaar om in alle onafhankelijkheid eventuele structurele dysfuncties of onregelmatigheden binnen de rechterlijke orde aan het licht te brengen.

Als externe toezichthouder op de rechterlijke orde kan de Hoge Raad voor de Justitie immers grondig onderzoek verrichten naar de wijze waarop de verruimde minnelijke schikking in strafzaken in het verleden en vandaag wordt toegepast op het terrein. 

Voor meer informatie:

Christian Denoyelle
Voorzitter van de Hoge Raad voor de Justitie
christian.denoyelle@hrj.be  | Tel : 02 535 16 04