Persbericht: De Hoge Raad voor de Justitie uit zijn bezorgdheid over de berichtgeving

De Hoge Raad voor de Justitie (HRJ) wil zijn bezorgdheid uiten over de berichtgeving inzake de gebeurtenissen die nu al enkele dagen het gerecht in Brussel negatief in de kijker brengt.

Die bezorgdheid van de Hoge Raad is niet in het minst ingegeven door het feit dat hij precies werd opgericht om het vertrouwen van de burgers in justitie te herstellen.

De HRJ voelt zich dan ook bijzonder aangesproken door de mediastorm die naar aanleiding van de zaak-DE TANDT dat vertrouwen in justitie terug een deuk bezorgt . Het vertrouwen herstellen is immers een werk van lange adem. Maar in minder dan geen tijd kan dat vertrouwen onderuitgehaald worden.

De Hoge Raad is geen Raad voor de magistratuur die de belangen van de magistraten individueel of als beroepsgroep behartigt. Hij is wel degelijk een onafhankelijke Raad voor de Justitie, die voor de ene helft bestaat uit magistraten, en voor de andere helft uit niet-magistraten.1
Toch benadrukken we dat duizenden magistraten, advocaten en leden van het gerechtelijk personeel zich iedere dag op integere en plichtmatige wijze inzetten voor de best mogelijke rechtsbedeling met, alles samen genomen, beperkte middelen. Alleenstaande gebeurtenissen, hoe ernstig eventueel ook, rechtvaardigen dan ook niet dat het gehele gerecht met de vinger wordt nagewezen !
De HRJ is verwonderd dat vrijwel dagelijks uittreksels uit een strafdossier, tuchtdossier of benoemingsdossier over magistraten worden uitgebracht.

Voor de HRJ vormen het recht van de burgers op informatie en het recht op het bronnengeheim voor journalisten gelijkwaardige fundamentele rechten in een democratische samenleving. In een gezonde democratie is het niet meer dan normaal dat de media de burgers over iedere disfunctie informeren.

Onze rechtstaat eert echter nog andere fundamentele rechtsbeginselen, zoals het beroepsgeheim, het geheim van het onderzoek en het vermoeden van onschuld.

Alle actoren van justitie en politie moeten die regels dringend opfrissen. Die regels gelden voor alle dossiers, ongeacht of die nu handelen over magistraten of over andere burgers, en wie ze met de voeten treedt, moet worden opgespoord en gerechtelijk vervolgd.

Voorts is het ook noodzakelijk dat de rechtsbedeling binnen een redelijke termijn plaatsvindt, wil men voorkomen dat bij de bevolking waanideeën zouden ontstaan. Volgens de HRJ is het dan ook onduldbaar dat de behandeling van dossiers die het etiket « gevoelig » krijgen omdat ze handelen over personen die een vooraanstaande positie bekleden, abnormaal lang duurt. Het spreekt voor zich dat ook de andere rechtzoekenden aanspraak maken op rechtsbedeling binnen een redelijke termijn.

Tot slot acht de HRJ de tijd meer dan ooit rijp om de opdracht van externe controle, die de HRJ in de octopusakkoorden toebedeeld kreeg, te intensifiëren: doorlichting/audit en bijzonder onderzoek naar de werking van justitie, behandeling van klachten van rechtzoekenden, en algemeen toezicht op de wijze waarop de rechtscolleges en de parketten hun internecontrolemiddelen aanwenden.

De HRJ is immers een onafhankelijke instelling, en als dusdanig ook bijzonder goed geplaatst om die opdracht naar behoren uit te oefenen, in alle sereniteit, rust, en volkomen onafhankelijkheid.