Persbericht: De Hoge Raad voor de Justitie moedigt minister Geens aan om verdergaande maatregelen te nemen teneinde de gerechtelijke achterstand te herleiden.

Op 27 mei 2015 heeft de Hoge Raad voor de Justitie een advies verleend over het voorontwerp van wet van de regering houdende wijzigingen van het burgerlijk procesrecht.

De HRJ stemt uiteraard in met de maatregelen van het voorontwerp die de burgerlijke procedures sneller en efficiënter maken.

In deze dynamiek, lijkt het hem essentieel dat de eerste aanleg geherwaardeerd wordt en niet meer wordt beschouwd als een generale repetitie voor het hoger beroep. De veralgemening van de alleenzetelende rechter die wordt voorgesteld door het voorontwerp lijkt in die optiek volkomen contraproductief. De HRJ pleit ervoor dat een significant aantal zaken wordt toegekend aan kamers met drie rechters. Hij is ervan overtuigd dat collegiaal genomen beslissingen kwalitatief beter zijn, daardoor makkelijker aanvaard worden door de rechtszoekenden, en bijdragen tot een echte herwaardering van de eerste aanleg.

Deze herwaardering veronderstelt ook een volledige hervorming van het hoger beroep. Wat dat betreft meent de HRJ dat het voorontwerp niet ver genoeg gaat in de beperking van het aantal hogere beroepen. Om de omvangrijke gerechtelijke achterstand in de hoven van beroep significant te verkleinen, is de HRJ er voorstander van om de finaliteit van het hoger beroep te beperken tot het rechtzetten van eventuele vergissingen van de eerste rechter. Men zal dus de zaak niet meer systematisch volledig opnieuw kunnen laten beoordelen door een andere rechter. Deze nieuwe benadering zou toelaten om hoger beroep enkel toe te laten als er aanwijzingen zijn dat de eerste rechter zich vergist heeft, bijvoorbeeld door hoger beroep afhankelijk te maken van een voorgaande toestemming (“leave to appeal”). Op die manier worden partijen verplicht om de debatten volledig te voeren in eerste aanleg en worden de rechters in eerste aanleg ertoe aangezet te waken over de kwaliteit van hun vonnissen.

De HRJ heeft ook aandacht besteed aan de maatregelen van het voorontwerp die de tussenkomst van het openbaar ministerie in burgerlijke zaken beperken. Hoewel hij het doel ervan onderschrijft, dat erin bestaat het Parket alleen advies te laten verlenen in die gevallen waarin dat een werkelijke meerwaarde betekent, meent de HRJ dat een beperking van het aantal dossiers dat wordt meegedeeld aan het Parket zou toelaten dat het zich nog meer concentreert op zijn kerntaken.

Het volledige advies van de HRJ over het voorontwerp van wet tot wijziging van het burgerlijk procesrecht kan hier worden geraadpleegd.