Persbericht: De Hoge Raad voor de Justitie, 10 jaar na de Witte Mars

De Hoge Raad voor de Justitie viert zijn tienjarig bestaan. Bij die gelegenheid heeft de HRJ tijdens een academische zitting in Brussel de balans opgemaakt van tien jaar werkzaamheden. Tegelijk heeft de Raad ook de resultaten voorgesteld van zijn derde justitiebarometer, een  grootschalig onderzoek naar het vertrouwen van de Belgen in Justitie. Zowat 60% van de Belgen zegt vertrouwen te hebben in justitie.

Witte Mars
De Hoge Raad voor de Justitie is opgericht in de nasleep van de Witte Mars. Toen lagen de plannen voor een Hoge Raad voor de Justitie echter al op de tekentafel. Het was de nieuwe vertrouwenscrisis die de oprichting in een stroomversnelling bracht. In 1998 werd de Hoge Raad definitief verankerd in grondwetsartikel 151 en in 2000 hield de nagelnieuwe Raad zijn eerste bijeenkomst.

Rechters zonder partijkaart
Het revolutionaire aan deze vernieuwing was wellicht de depolitisering van rechterlijke benoemingen, aldus voorzitter Nadia De Vroede tijdens de academische zitting: “Een systeem met proeven voor toelating tot een gerechtelijke stage, hoofdzakelijk bestemd voor jonge juristen, en examens inzake beroepsbekwaamheid voorde meer ervaren juristen heeft de plaats ingenomen van de wat duistere procedure die voordien gangbaar was.” Jaarlijks nemen om en bij de 500 jonge juristen deel aan de proef voor toelating tot de gerechtelijke stage en zo’n 480 meer ervaren juristen aan het beroepsbekwaamheidsexamen.

Niet langer voor het leven
Intussen verloopt de instroom in de magistratuur objectiever, maar de benoemingen en promoties blijven zeker niet achter. Met de oprichting van de Hoge Raad is de depolitisering van de gerechtelijke benoemingen een feit. Van nu af aan zullen kandidaten nog alleen door deze onafhankelijke instelling voorgedragen kunnen worden, en dus niet meer door de politiek. Sinds de oprichting van de Hoge Raad voor de Justitie zijn de korpschefs, zoals voorzitters van de rechtbanken en de procureurs des Konings, niet langer benoemd voor het leven, maar voor een mandaat van bepaalde duur. Een korpschef zal voortaan meer moeten zijn dan een gedegen magistraat en ook op efficiënte wijze zijn korps kunnen beheren. In de loop van de tien voorbije jaren hebben de benoemings‐ en aanwijzingscommissies van de HRJ meer dan 13.000  kandidaturen onderzocht voor zo’n 3400 vacatures. Meer dan 2600 kandidaten werden voorgedragen voor een benoeming of een aanwijzing.

Human resources van Justitie moet herzien
De HRJ tracht ook constant de procedures te verbeteren. De Vroede: “Zo wordt er op dit ogenblik binnen de benoemingscommissies over  nagedacht om bepaalde assessmenttechnieken in te voeren in het kader van de voordracht van de korpschefs.” Om het humanresourcesmanagement van Justitie nog beter te maken, is echter meer nodig. De Vroede: “Naast deze punctuele kwaliteitsverbeteringen dient er ook dringend werk gemaakt te worden van een integraal humanresourcesmanagement binnen het gerechtelijk apparaat. Dat zou onder meer kunnen betekenen dat de procedures voor selectie en benoeming van het gerechtelijk personeel afgestemd worden op die van de  magistratuur. Wellicht is de tijd rijp om de verantwoordelijkheid inzake aanwerving en selectie van alle gerechtsmedewerkers aan de HRJ toe te  vertrouwen. Dit zou een stap verder zijn in de richting van een volledig objectieve aanpak van de benoemingen van het gerechtelijk personeel.”

Fortis‐affaire
Ook door klachten te behandelen en audits uit te voeren bij rechtbanken en hoven, moest de Hoge Raad bijdragen aan een betere werking van Justitie, ten dienste van de burger. Niet zozeer door korpschefs op de vingers te tikken, dan wel door ze bij te staan met advies en aanbevelingen. In de tien afgelopen jaren werden tien audits en bijzondere onderzoeken gevoerd. Recentelijk nog waren er de bijzondere onderzoeken in de zogenaamde Fortis‐zaak, het onderzoek naar de werking van de handelsrechtbank van Brussel en de transversale audit voor alle handelsrechtbanken van ons land, waarvan de resultaten binnenkort bekend zullen worden gemaakt. Een geauditeerde rechter vatte het als volgt samen, in een film over 10 jaar HRJ: “De meerwaarde die geleverd wordt door een audit die uitgevoerd wordt door de HRJ is dat die verricht wordt door professionelen. En dat is de competentie, de deskundigheid, de ervaring waarover de HRJ beschikt.” Wat de behandeling van klachten betreft, blijft de rol van de HRJ niet beperkt tot een alleenstaand onderzoek van de zaak. Indien de zaak gegrond is, kan de  advies‐ en onderzoekscommissie immers aanbevelingen of voorstellen uitbrengen ter verbetering van de werking van het gerechtelijk apparaat. Op die manier werden al niet minder dan 27 aanbevelingen en voorstellen uitgebracht.

De weg is moeilijk, de gids ervaren
De derde en laatste taak die volgens de wet aan de HRJ toekomt, is zijn adviesfunctie. Het Gerechtelijk Wetboek bepaalt immers dat de HRJ uitspraak mag doen over de verschillende wetsontwerpen en ‐voorstellen die effect hebben op de werking van de gerechtelijke orde. In Kamer en Senaat heerst telkens veel animo voor het jaarrapport van de HRJ, waarin onder meer klachten en benoemingen worden beschreven. Er wordt echter ook geluisterd wanneer de Raad advies uitbrengt over een wetsvoorstel of een justitiehervorming. Precies zijn samenstelling én zijn  onafhankelijkheid van zowel de uitvoerende, de rechterlijke, als de wetgevende macht, geven de Hoge Raad voor de Justitie immers recht van spreken.

De Vroede: “Er dient zich vandaag een diepgaande hervorming van het gerechtelijk landschap aan. We dienen, zo lijkt mij, stil te staan bij de rol die de HRJ kan spelen in het nieuwe gerechtelijke landschap. Precies door zijn specifieke eigenheid – met zijn gemengde samenstelling, die hem grote legitimiteit en representativiteit verschaft, en zijn positie op de kruising van de drie machten – meent de HRJ dat de tijd rijp is om het debat aan te gaan over een versterking van zijn rol en zijn taken.”