Persbericht: Audit rechtbanken van koophandel is klaar

Toen minister van Justitie Stefaan De Clerck in september 2009 aan de HRJ een bijzonder onderzoek vroeg over de werking van de rechtbank van koophandel in Brussel, volgde meteen ook de vraag om een doorlichting uit te voeren bij alle rechtbanken van koophandel in België. Vooral de rekrutering en het functioneren van lekenrechters moest onder de loep genomen, alsook de aanstelling van deskundigen. Die audit is intussen rond en deze week hebben alle voorzitters van de rechtbanken van koophandel, alsook de minister van Justitie hebben het rapport toegestuurd gekregen.

Een rechtbank van koophandel is samengesteld uit beroepsrechters én lekenrechters. Die lekenrechters, rechters in handelszaken genoemd, oefenen hun professionele activiteiten uit in de bedrijfswereld. Dat heeft veel voordelen, omdat zij kunnen bogen op een grote, technische expertise, maar het houdt ook risico’s in. Wat, bijvoorbeeld, in een geschil waarin een bankinstelling moet verschijnen voor een lekenrechter die zelf ook in die branche zit? De Hoge Raad heeft in deze doorlichting de belangrijkste risico’s geïdentificeerd en nagegaan hoe de verschillende rechtbanken hiermee omgaan. Het rapport bestaat grotendeels uit een overzicht van goede en minder goede praktijken met een beoordeling ervan door de HRJ. De meest interessante of noodzakelijke good practices zijn opgenomen in de aanbevelingen.

Aanbevelingen tegen belangenvermenging
Wat te doen dan met die rechter uit de financiële branche? ‘Indien een voorzitter van een rechtbank ervoor kiest om rechters in handelszaken te laten zetelen in een kamer die de materies behandelt waarin hij zelf zijn beroepsactiviteit uitoefent, moet de voorzitter des te alerter zijn voor de risico’s die hieraan verbonden zijn’, aldus de HRJ. ‘Hij moet de vinger aan de pols houden, bijvoorbeeld door regelmatig bij de voorzitter van de kamer te informeren of zich geen problemen van belangenvermenging of collusie voordoen’. Een andere aanbeveling betreft het veralgemenen van een invulformulier voor curriculum vitae’s met speciale aandacht voor dit risico. ‘Het eenvoudigste lijkt dat een kandidaat-rechter in handelszaken in zijn CV reeds aangeeft welke functies en mandaten hij uitoefent. Hij zou ook spontaan de rechtbank op de hoogte moeten brengen van elke wijziging in deze situatie, hiertoe aangezet door een document waarin opgesomd staat tot wat een rechter in handelszaken zich verbindt. Bij verlenging van zijn mandaat moet er ook een update volgen.’

Dienstverlening aan burgers én rechters
Sommige aanbevelingen uit het rapport lijken zeer technisch, maar hebben niettemin een invloed op de burger. Het toezicht op de afwikkeling van faillissementen verscherpen, vermindert bijvoorbeeld de kans dat faillissementen te lang aanslepen. Bovendien is het huidige werkstuk geen bijzonder onderzoek, maar een audit die rechtbanken moet bijstaan in de verbetering van hun werking. ‘In eerste instantie voelden sommigen zich geviseerd en begrepen zij niet goed waarom de minister net bij hen een doorlichting had gevraagd’, vertelt een lid van de HRJ-werkgroep die de audit uitvoerde. ‘Maar tijdens de vergaderingen met de voorzitters van de rechtbanken van koophandel en zeker de afsluitende meeting waar het ontwerpverslag is besproken, waren hun reacties uitgesproken positief en constructief. De overgrote meerderheid van de voorzitters lijkt zeker bereidheid om met de goede praktijken en aanbevelingen aan de slag te gaan. De bestaande praktijken die de rechtbanken ons hebben meegedeeld, tonen aan dat er bij de meeste rechtbanken van koophandel al een vorm van interne controle bestaat. Maar wij hebben vastgesteld dat sommige goede praktijken divers en fragmentair zijn en vaak beperkt tot een of enkele rechtbanken, waardoor er weinig sprake is van uniformiteit.’