Justitie en bijzondere volmachten

Net als tal van andere landen beleeft ons land op dit moment uitzonderlijke tijden die de toekenning van volmachten aan de regering rechtvaardigen.

De goede werking van justitie werd niet over het hoofd gezien en erkend als essentieel voor de werking van onze samenleving. Ze wordt dan ook verzekerd in de volmachtenwet.

De voorbeelden die bij de stemming van de volmachtenwet werden gegeven, gingen de goede kant uit (zittingen via videoconferentie, toekenning van verlengd verlof aan sommige gedetineerden, vertegenwoordiging van de partijen door hun advocaten,…).

De regering zal nu concrete maatregelen uitwerken. 

De HRJ nodigt haar uit om hierbij zowel lef en moed als voorzichtigheid en proportionaliteit aan de dag te leggen en bij elke maatregel de belangen af te wegen.

Men moet absoluut vermijden dat justitie verlamd geraakt tijdens een periode die ongetwijfeld langer zal duren dan de pas verlengde periode van afzondering. De HRJ steunt de idee om ondertussen waar mogelijk te werken met schriftelijke procedures of ‘virtuele’ zittingen. Liever dat dan lopende of nieuwe dossiers uit te stellen of om zomaar alle termijnen, van welke aard ook, op te schorten.

Verder vraagt de HRJ de regering om, wanneer ze afweegt welke concrete maatregelen nodig zijn, zeer veel aandacht te hebben voor die rechtzoekenden die zich meer en meer zelf en alleen verdedigen. Dit geldt des te meer voor de arbeidsrechtbanken, de familierechtbanken of de vredegerechten. Voor deze mensen die geen bijstand hebben is het nog moeilijker om hun verweer te voeren in een schriftelijke procedure dan dat ze mondeling hun verhaal zouden kunnen doen op een rechtszitting.

De HRJ vraagt de regering ook om de regels soepel en pragmatisch op te stellen zodat magistraten op maat kunnen werken, hoogdringende of bijzondere situaties kunnen vaststellen en beoordelen, zodat men kan afwijken van de bijzondere crisisregels als dat billijk is.

Er staat veel op het spel. Er moet snel maar niet overhaast gehandeld worden, en dat vergt -ondanks de tijdsdruk- een grondige reflectie. Het spreekt vanzelf dat de HRJ bereid is om mee te werken en zijn expertise ter beschikking stelt om advies te verlenen, wat een van zijn grondwettelijke taken is.