De HRJ reageert op de voorstellen van de onderhandelaars van de toekomstige regering

De Hoge Raad voor de Justitie (HRJ) heeft vernomen dat tussen de voorstellen inzake Justitie die momenteel door de onderhandelaars van de toekomstige regering worden besproken, zich een voorstel bevindt om de modaliteiten inzake voordracht van de toekomstige korpschefs van de rechterlijke orde te wijzigen. Er is sprake om de Minister van Justitie de bevoegdheid te geven om de korpschef te selecteren uit een lijst van twee kandidaten die worden voorgesteld door de benoemings- en aanwijzingscommissies van de HRJ.

Actueel is het zo dat deze commissies de korpschefs voordragen op basis van een hoorzitting met alle kandidaten en na analyse van hun dossiers en de zich daarin bevindende adviezen. Op basis van een afweging van de respectievelijke verdiensten van de kandidaten, wordt de meest bekwame en geschikte kandidaat voor het uitoefenen van de functie voorgedragen. De Minister mag hierbij zijn appreciatie niet in de plaats stellen van de HRJ.

Het thans geformuleerde voorstel zou erin bestaan aan de Minister van justitie opnieuw de keuze toe te kennen van de personen die een sleutelrol vervullen binnen de rechterlijke organisatie. Dit houdt niet enkel opnieuw een politisering in van de benoemingsprocedure van magistraten – waarvan men nochtans 14 jaar geleden bewust was afgestapt met de oprichting van de HRJ – maar doet bovendien afbreuk aan de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.