Bijzonder onderzoek rechtbank koophandel Brussel

Bijzondere onderzoeken

De minister van Justitie verzoekt in september 2009 de VAOC een onderzoek naar de werking van de rechterlijke orde voor wat betreft de rechtbank van koophandel te Brussel. 

Aanleiding voor dit verzoek vormden “de bijzondere problematieken die rond de werking van deze rechtbank en haar voorzitter aan het licht zijn gekomen, waaronder deze die betrekking hebben op de selectie en aanstelling van handelsrechters en deskundigen en de verhouding tussen beroepsmagistraten en mensen uit het economische veld.”

De VAOC deed hierop een onderzoek naar de wijze van rekruteren en functioneren van de rechters in handelszaken (instroom, opvang, omkadering, opleiding, taakverdeling en –uitoefening, structuur en overleg), hun tussenkomsten als rechter-commissaris (waaronder het toezicht op de curatoren) en de aanstelling van deskundigen bij de rechtbank van koophandel te Brussel.

Algemeen gezien komt de Hoge Raad tot de conclusie dat het algemene management van de rechtbank erg beperkt is uitgebouwd, alleszins niet afgestemd op de schaalgrootte, en dat een adequate risicobeheersing van de werkprocessen ontbreekt.