Bijzonder onderzoek over de werking van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde

Bijzondere onderzoeken

De voorzitter van deze rechtbank vraagt de minister om een uitbreiding van het kader, o.m. gesteund op vergelijkende gegevens m.b.t. de personeelsformatie van de 6 rechtbanken van eerste aanleg gelegen in arrondissementen met meer dan 500.000 inwoners.

De minister trekt de juistheid van het bevolkingscriterium voor de toewijzing van de kaders (aantal inwoners per magistraat) in twijfel en vraagt een onderzoek met bijzondere aandacht voor de instroom van zaken, de organisatie van de rechtbank en van de zittingen, en de verdeling van de werklast.

De Verenigde advies- en onderzoekscommissie stelt vast dat de beoordeling van het management van de rechtbank zowel op het niveau van de voorzitter als van de hoofdgriffier niet gescheiden kan worden van het probleem van de beschikbare middelen. Het management moet het immers stellen met de werkmiddelen, zowel materieel als inzake personeel, die door de minister ter beschikking worden gesteld.

Verder oordeelt zij dat deze rechtbank niet als een “probleemrechtbank” kan worden beschouwd, die fundamenteel verschilt van de andere rechtbanken. Integendeel, de knelpunten inzake personeel, infrastructuur, informatica en management zijn herkenbaar. Daarom worden zowel aanbevelingen gedaan met een algemene geldigheidswaarde, als aanbevelingen toegespitst op de vraagstelling van de minister en de situatie te Dendermonde.