Advies over het wetsvoorstel van 10 oktober 2010 tot wijziging van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering wat de verjaringstermijn van sommige misdrijven ten aanzien van minderjarigen betreft

Adviezen

De HRJ wenst dat de misdrijven met betrekking tot iedere vorm van moreel, fysiek en seksueel misbruik tegen minderjarigen vermeld worden in artikel 21bis van de Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering. Voor die misdrijven moet het aanvangspunt van de verjaring identiek zijn, aangezien de context waarin die daden werden gepleegd het kind dat er het slachtoffer van werd, verhindert om klacht in te dienen zodra de feiten werden gepleegd.

De HRJ is geen voorstander van het verlengen van de verjaringstermijn tot dertig jaar voor seksueel misbruik en seksuele verminking, maar is voorstander van het behouden van verjaringstermijn van tien jaar met wijziging van het aanvangspunt van die verjaringstermijn naar het moment wanneer het slachtoffer de leeftijd van 25 jaar heeft bereikt. De HRJ doet dan ook de aanbeveling om te investeren in de ontwikkeling van nieuwe onderzoeks- en bewijstechnieken, en pleit voor een betere begeleiding van de slachtoffers en een betere preventie.