Advies over het wetsontwerp tot vervanging van artikel 304 van het gerechtelijk wetboek

Adviezen

Rechter is familie van advocaat?

Artikel 304 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat een rechter zich in een rechtszaak moet onthouden wanneer hij naaste familie is van de advocaat. In een belangrijke en complexe strafzaak voor de correctionele rechtbank te Brussel deed zich een incident voor. Een van de beklaagden veranderde na het begin van het proces van advocaat en koos daarbij voor de schoonbroer van de voorzitter van de betrokken kamer. Deze nieuwe raadsman was van oordeel dat de voorzitter zich diende terug te trekken.

Naar aanleiding van deze zaak, dienden enkele Kamerleden een wetsvoorstel om te vermijden dat een rechter zich moet terugtrekken indien een partij kiest voor een advocaat die naaste familie is van de rechter nadat die partij eerst kennis heeft genomen van de samenstelling van de rechtbank.

De Hoge Raad begrijpt de bezorgdheid van de indieners van het wetsvoorstel, maar is van oordeel dat een wijziging van artikel 304 Ger.W. eigenlijk niet noodzakelijk is omdat de bestaande wettelijke en deontologische regels volstaan om dit soort uitzonderlijke incidenten op te lossen. De zaak die aanleiding gaf tot het voorstel toonde dit trouwens aan. De betrokken advocaat heeft zich uiteindelijk teruggetrokken omdat de balie te Brussel besliste hij “zijn plicht van kiesheid zou verzuimen indien hij, in de concrete omstandigheden, zijn tussenkomst als raadsman van dhr. Y zou handhaven”. Als de wetgever toch een aanpassing noodzakelijk zou vinden, dan zou deze kunnen beperkt worden tot het voorzien in een verplichte raadpleging van de balie wanneer zich dergelijk incident voordoet.