Advies: Laat Hoge Raad kandidaat voor Strafhof blijven voordragen

Adviezen

De Hoge Raad voor de Justitie (HRJ) is van oordeel dat het geen goed signaal is om de bevoegdheid om de Belgische kandidaat of kandidaten te selecteren voor een betrekking van rechter in het Internationaal Strafgerechtshof (ISG) niet meer aan zijn Verenigde benoemings- en aanwijzingscommissie (VBAC) toe te kennen.

De Hoge Raad werd onder meer opgericht voor het bewerkstellingen van een meer objectieve en gedepolitiseerde selectie en benoeming van magistraten.

Niet alleen biedt de VBAC meer garanties inzake objectiviteit van de rangschikking der kandidaten, bovendien is zij zeer goed in staat om de kwaliteit van de kandidaten-rechters in het ISG te beoordelen.

Tot slot, wenst de Hoge Raad op te merken, dat de BAC’s er geen problemen mee zouden hebben om de verkorte termijnen na te leven die worden voorzien in het voorontwerp. De wil om de procedure te versnellen kan dus ook geen reden zijn om deze bevoegdheid van de VBAC af te schaffen.

In plaats van het onttrekken van deze bevoegdheid aan de VBAC, verdient het volgens de Hoge Raad eerder aanbeveling te onderzoeken of de procedure die nu voorzien is voor de rangschikking van Belgische kandidaten voor rechter in het ISG niet ook kan worden toegepast op kandidaturen voor ander internationale rechtscolleges.

Hierbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan de voordrachten voor betrekkingen van rechter in het Hof van Justitie en het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Unie of advocaat-generaal bij dit Hof, of rechter in het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Lees het advies