Aanbeveling over de vraag welke informatie over de identiteit van magistraten aan de rechtzoekende mag worden verstrekt

Aanbevelingen

De commissie doet de aanbeveling om bij de ingang van de zittingszaal een mededeling op te hangen met identificatiegegevens over de zaken die rechtsdag hebben en over de magistraat of magistraten (zetel en Openbaar Ministerie) die zitting houden. Wat de magistraten betreft, kunnen de identificatiegegevens ook worden vermeld op een naamkaart die voor hen is geplaatst.

Een rechtzoekende die ’s ochtends voor een correctionele kamer was verschenen, probeerde na de terechtzitting de identiteit te vernemen van zowel de magistraat van de zetel als de magistraat van het Openbaar Ministerie.

Hij telefoneerde daartoe naar de griffie van de rechtbank en vernam zonder problemen de naam van de magistraat van de zetel.

Het parketsecretariaat van zijn kant weigerde om van op afstand de identiteit mee te delen van de substituut die op de terechtzitting had gevorderd.

De klacht werd gegrond verklaard, niet omdat het parket geweigerd had om dat soort inlichtingen telefonisch mee te delen, maar wel omdat het noodzakelijk is dat de rechtzoekende tijdig de identiteit verneemt van de magistraten die optreden in een zaak waarin zijn belangen een rol spelen.